➗ Cijferen

De staartdeling, stap voor stap uitgelegd

Met een staartdeling verdeel je een groot getal stap voor stap. De methode bestaat uit vier stappen die zich herhalen: delen, vermenigvuldigen, aftrekken, bijhalen. We leggen het uitgebreid uit, met de rest.

8–11 jaar6 min lezen

Een deling opzetten

Schrijf het deeltal (het getal dat je verdeelt) links en de deler (in hoeveel delen je verdeelt) rechts, gescheiden door een haak. Het quotiënt (het antwoord) schrijf je bij de deler.

684 ÷ 4 = 171

De methode in 4 stappen

Je werkt de cijfers van het deeltal een voor een af, van links naar rechts. Bij elke stap herhaal je dezelfde handelingen:

  1. Delen: hoe vaak past de deler in het getal waar je nu bent? Dat cijfer komt in het quotiënt.
  2. Vermenigvuldigen: vermenigvuldig dit cijfer met de deler.
  3. Aftrekken: trek dit product af om te zien wat er overblijft.
  4. Bijhalen: haal het volgende cijfer van het deeltal bij naast de rest, en begin opnieuw.
TipEen ezelsbruggetje: D-V-A-B → Delen, Vermenigvuldigen, Aftrekken, Bijhalen.

Een volledig voorbeeld: 684 : 4

  1. 6 : 4: 4 past 1 keer in 6. Schrijf 1 in het quotiënt. 1 × 4 = 4, en 6 − 4 = 2.
  2. Haal de 8 bij → 28. 28 : 4 = 7 (want 7 × 4 = 28). Schrijf 7. 28 − 28 = 0.
  3. Haal de 4 bij → 4. 4 : 4 = 1. Schrijf 1. 4 − 4 = 0.

Er blijft niets over: het quotiënt is 171 en de rest is 0. De deling komt precies uit.

Delen met rest

Vaak komt het verdelen niet precies uit: er blijft een rest over. Die rest is altijd kleiner dan de deler. Voorbeeld: 754 : 5.

754 : 5 = 150, rest 4

  1. 7 : 5 = 1, rest 2 (want 1 × 5 = 5, en 7 − 5 = 2).
  2. Haal de 5 bij → 25. 25 : 5 = 5, rest 0.
  3. Haal de 4 bij → 4. 5 past niet in 4: schrijf 0 in het quotiënt. De rest is 4.
Let opAls de deler niet past in het getal dat je hebt bijgehaald, vergeet dan niet een 0 in het quotiënt te schrijven voor je het volgende cijfer bijhaalt. Dat is de meest gemaakte fout.

Je antwoord controleren

Een deling controleer je met een vermenigvuldiging: quotiënt × deler + rest = deeltal. Hier: 150 × 5 + 4 = 750 + 4 = 754 ✓. Klopt het niet, dan zit er een fout in (vaak een vergeten 0 in het quotiënt).

Uitgewerkte oefeningen

96 ÷ 3
9 : 3 = 3. Haal de 6 bij → 6 : 3 = 2 → 32, rest 0.
85 ÷ 4
8 : 4 = 2, rest 0. Haal de 5 bij → 5 : 4 = 1, rest 1 → 21, rest 1. Controle: 21 × 4 + 1 = 85 ✓.
612 ÷ 6
6 : 6 = 1. Haal de 1 bij → 6 past niet in 1: schrijf 0. Haal de 2 bij → 12 : 6 = 2 → 102, rest 0.

Nu ben jij aan de beurt!

Op EasyMaths oefent je kind de staartdeling met gevarieerde oefeningen die meteen worden nagekeken. De eerste oefeningen zijn gratis.

Begin met de oefeningen →

Veelgestelde vragen

Hoe zet je een staartdeling op?

Schrijf het deeltal links en de deler rechts, gescheiden door een haak. Deel de cijfers van het deeltal een voor een, van links naar rechts, en schrijf het quotiënt bij de deler.

Wat is de methode van de staartdeling?

Je herhaalt vier stappen: delen, vermenigvuldigen, aftrekken, bijhalen. Deel het huidige getal door de deler, vermenigvuldig het gevonden cijfer met de deler, trek af en haal dan het volgende cijfer bij.

Wat is de rest van een deling?

Dat is wat je niet meer kunt verdelen. Hij is altijd kleiner dan de deler. Is de rest 0, dan komt de deling precies uit.

Op welke leeftijd leren kinderen de staartdeling?

Delen door één cijfer leer je rond 8 à 9 jaar; delen door een getal van twee cijfers oefen je rond 10 tot 12 jaar.